Dumpdieren

Buiten de bekende verhalen van aan de boom vastgebonden Honden en de Katten die ter verwildering worden losgelaten op het platteland, bestaat er een groep vrijwel onzichtbare dumpdieren: de Knagers.
Konijnen, Cavia’s, Hamsters, Gerbils. Je kunt het zo gek niet bedenken of ze krijgen “de vrijheid”.

Een impulsaankoop van weinig euro’s wordt vanwege de vakantie losgelaten in het park of over de hekken van bokkenweitjes en kinderboerderijen gezet.
(Het geeft te denken dat dit het meestgelezen en gelinkte artikel van onze site is.)
De dure kooi wordt na de vakantie weer gevuld: het aanbod in winkels in immers oneindig en goedkoop want fokken met Knagers is het simpelste wat er is.

Het kleine spul zoals Hamsters en Gerbils is meteen onzichtbaar. Cavia’s zullen ook snel beschutting zoeken en vooral de Konijnen zijn het meest zichtbaar, tot groot genoegen van hun natuurlijkde vijand de Hond.

 

Het gros van deze DumpDieren is gedoemd te creperen. De zomer komen ze misschien nog door, maar tegen dat het wat kouder wordt, zullen ze onherroeplijk sterven van de honger als ze al niet aan iets anders zijn overleden.
De Cavia is allang weggefokt van zijn wilde familielid, en kwam hier van nature al niet voor. Het Konijn, wat ook al een eind van de wilde Oom afstaat, krijgt Myxomatose of VHS als hij dus al geen prooi is geworden.

Bij sommige bokkenweitjes en kinderboerderijen trekken mensen zich wel het lot aan van deze dieren en redeneren ze niet dat ze het makkelijk zullen overleven.
Maar dan lopen ze tegen andere problemen op.
Niemand voelt zich namelijk verantwoordelijk voor deze dieren.
De beheerders van deze weitjes zitten niet te wachten op uitbreiding van hun veestapels, en roepen blij dat het probleem zichzelf wel zal oplossen.
En die beheerders die zich er wel om bekommeren worden binen zeer korte tijd overspoeld.

En in feite is de gemeente verantwoordelijk.
Gevonden dieren vallen namelijk onder de gevonden voorwerpen en gemeenten hebben de plicht zorg te dragen voor alles wat er binnen hun grenzen gevonden wordt.
Daarom bestaan er asielen en daarom krijgen die een (minimale vergoeding) voor zwerfdieren. In de praktijk zijn dat helaas meestal alleen Poezen en Honden.
De gemeente zou ook voor de Knagers eens haar verantwoording moeten nemen en dat betekent dat er op zijn minst een vergoeding voor de opvang hiervan komt, maaar ook ondersteuning voor een vangploeg en een aparte Opvang met faciliteiten zoals die geschikt zijn, of met ondersteuning van de bestaande Opvangen die specifiek voor deze groep dieren bedoeld zijn.
 
Maar ook zou ze op een andere manier haar verantwoording moeten nemen met name door regelgeving en voorlichting.
Kinderboerderijen en bokkenweitjes zouden niet alleen aan oormerk- en ophokplicht moeten voldoen maar ook of beter voor de Knagers moeten zorgen of die niet moeten houden.

Er zou adequate voorlichting gegeven moeten worden over het Houden van Konijnen en Knagers, en ze zouden niet gebruikt mogen kunnen worden als een soort van levend speelgoed voor knuffelhoeken.

Er zouden fondsen moeten zijn voor ieder goedgekeurd weitje zodat de medische kosten nooit een obstakel hoeven vormen voor goede zorg.
Dumpdieren zouden meteen weggevangen en opgevangen moeten worden, zodat er niet aldoor een aanzuigende werking en een negatief voorbeeld is.

Gemeente en politiek zou zich in moeten spannen voor een verkoopverbod van deze dieren in winkels en tuincentra, of alleen als er aan streng gecertificeerde voorwaarden is voldaan toestemming voor een beperkt aantal moeten geven.

Nu wordt er, vooral uit onkunde en winstbejag, een hoop onzin verkocht over de verzorging en huisvesting van dieren, wat leidt tot nog meer ellende.

 

Het wordt tijd dat dit probleem eens duidelijk erkend wordt en er passende maatregelen getroffen worden om een hoop dierenleed te stoppen.
En dan horen uitspraken dat het probleem zichzelf oplost hopelijk ook tot het verleden.